Beginnen bij het begin: elk kind wordt prematuur geboren

Say what? Ja, elk kind wordt prematuur geboren. Het is namelijk biologisch niet mogelijk om een mensenbaby in de buik te laten tot hij helemaal ‘af’ is. Dat komt omdat we zo’n groot hoofd hebben (door onze intelligentie) dat dit hoofd niet meer door het geboortekanaal zou passen (en dat komt dan weer omdat we rechtop lopen). Veel zoogdieren zijn helemaal af als ze geboren worden. Een veulentje staat binnen een kwartier recht en loopt even later mee met de mama. Mensenbaby’s zijn nadat ze geboren worden nog enorm lang afhankelijk van ons.

We kunnen ons als mensen het beste vergelijken met apen. We zijn net als zij draagdieren. Alleen worden apen niet prematuur geboren zoals wij. Wanneer zij geboren worden, kunnen ze zich (ook mede dankzij veel vacht en hun anders ontwikkelde handen) vasthouden aan hun mama tijdens het lopen. Ze hebben een heel actieve draaghouding maar hebben ook bij de geboorte al de basismotorische ontwikkeling. Dat hebben onze baby’s dus niet doordat ze maanden te vroeg geboren worden.

Buiklig of ruglig?

En dan volgt de discussie. Wat is de natuurlijke houding van een mensenbaby: buiklig of ruglig? Er zijn voorstanders van beide kampen met een uitleg vol goede argumenten. Maar mijn mening? De natuurlijke houding van de prematuur geboren baby van een draagdier is bij een verzorger op de buik waarbij de natuurlijke houding van rug en beentjes gewaarborgd wordt: ergonomisch dragen dus.

Wil dat zeggen dat we 24/7 moeten dragen? Nee. We hebben namelijk ook een maatschappij waarin we leven en we zijn geen apen meer waarbij een hele gemeenschap samen voor een baby zorgt en mama geen volle nacht slaap nodig heeft omdat ze moet gaan werken de dag nadien.

Maar hoe leggen we dan ons kind neer? Op de buik of op de rug? Weet dat beide houdingen onze keuze zijn. Een kindje dat nog niet kan omrollen kan namelijk niet kiezen of we hem op de buik of op de rug leggen. Dat maakt de discussie natuurlijk nog lastiger.

Een hulpeloos dier dat je op de rug neerlegt, is zeer kwetsbaar. Je ziet in de dierenwereld dan ook dat dieren zelden op hun rug gaan liggen en als ze dit doen, is dat wanneer ze zich volledig veilig voelen.

Wanneer je dan ook naar de ontwikkeling van rug en heupen bij een baby gaat kijken, zie je dat in ruglig de rug niet bol kan worden en de hoek van bovenbeen naar heup te groot wordt. En kindje ligt van nature met een bolle rug en opgetrokken beentjes. De hoek waarin het bovenbeen tegenover de heup ligt, groeit pas met de jaren (als je kindje leert kruipen en stappen). Een baby kan bijvoorbeeld ook nog niet zijn been achteruit brengen. In ruglig ligt het beentje plat op de grond en wordt de hoek van heup naar been te groot. Dit kan je voorkomen door een rolletje onder de beentjes te leggen. Zo wordt ook de rug iets boller.

In buiklig trekt een kindje zijn benen onder zich in, zodat zijn billen wat hoger liggen. De rug is mooi bol. Dit is een natuurlijkere houding voor een baby.

We zien ook dat de meerderheid van de kinderen voor buiklig kiest tijdens het slapen van zodra ze zich kunnen omrollen.

Betekent dit dat we ons kind niet in ruglig mogen leggen? Absoluut niet. Je mag zeker je kindje ook op de rug leggen. Liefst met speeltjes langs zich in plaats van boven zich. Dat stimuleert de zijwaartse beweging van de romp die leidt tot omrollen en kruipen.

De verdere ontwikkeling van je baby

Over de ontwikkeling van buik/ruglig tot kruipen kan je boeken vullen. Maar ik probeer het kort te schetsen.

Wanneer je baby op de buik ligt, is de volgende stap dat hij zijn hoofdje stilaan van de grond opheft. Nadien zal hij in staat zijn het hoofd te draaien. Hij kan zich steeds beter opduwen op de voorarmen waardoor hij verder opzij kan kijken. Stilaan gaat de romp wat mee draaien. Doordat hij kan draaien en hellen met zijn romp, zal hij een arm kunnen losmaken van de grond om te grijpen naar speelgoed. Dit is een eerste stap in de lateralisatie (ook hier kan je een boek over schrijven!). Het is ook een belangrijke oefening voor het kruipen. Eén arm blijft achteruit en de andere gaat vooruit. Als je kindje genoeg balans heeft, en genoeg spierkracht in de rompspieren, zal hij zich gecontroleerd leren omrollen. Dat doet hij meestal eerst van buik naar rug en dan omgekeerd. Dat komt puur door het momentum, het is dus gewoon gemakkelijker en er is minder controle en spierkracht voor nodig. Bij het omrollen gebruikt je kindje ook een been waarmee hij duwt. Bij dit oefenen leert hij dan ook beide knieën onder zijn heupen zetten. Hij zit op handen en knieën. De stap die hierna komt is cruciaal in de lateralisatie: je kindje leert kruipen. Correct kruipen houdt in dat je kind een kruislingse beweging maakt van armen en benen: linkerarm en rechterbeen samen en omgekeerd. Hij sleept niet met een been en sluipt niet op het bovenlichaam. Waarom dit zo belangrijk is? Deze kruislingse beweging zorgt voor enorm veel hersenverbindingen tussen linker- en rechterhersenhelft waardoor er een dominante hersenhelft komt én de helften goed gaan leren samenwerken: hier is de lateralisatie weer! En waarom is die lateralisatie nu zo belangrijk? Wanneer we later leren schrijven en rekenen, leren we van links naar rechts werken. Kinderen met dyslexie of dyscalculie hebben hier net moeite mee. Door een kind goed, correct en zo lang mogelijk te laten kruipen (dus niet het stappen forceren door loopwagentjes bijvoorbeeld) stimuleren we die hersenverbindingen.

Wil dat zeggen dat we dyscalculie of dyslexie altijd kunnen voorkomen door te zorgen dat je kind veel kruipt? Of dat een kind met deze leerproblemen sowieso nooit gekropen heeft? Of dat een kind dat kruipen overslaat gegarandeerd problemen krijgt? NEE. Zoals altijd is het antwoord genuanceerder. MAAR: áls je kind problemen blijkt te hebben met lateralisatie, is de ontwikkeling van de lateralisatie in de kruipfase wél belangrijk om erger te voorkomen. En dat weet je op voorhand niet.

We zien ook heel vaak (niet altijd dus, ik hou van nuance) dat kinderen met dit soort leerproblemen het kruipen hebben overgeslaan. In welke richting dit werkt is niet duidelijk: kruipt een kind niet omdat er lateralisatieproblemen zijn? Of zijn de lateralisatieproblemen duidelijker omdat dit in het kruipen niet geoefend is? Sowieso helpt kruipen met die hersenverbindingen en is het dus een goed plan het kruipen te stimuleren.

En wat is dan de link met dragen?

Wanneer we kindjes op een correcte, ergonomische manier dragen hebben we ook graag dat hun armen omhoog zitten. In de eerste plaats is dit belangrijk voor de ademhaling. Maar het zorgt ook voor een actieve draaghouding. Ze kunnen zich afzetten met hun armen tegen jou (en zullen dat ook doen, dan krijg ik vaak bezorgde telefoontjes ‘mijn kind wil niet meer gedragen worden’, meestal rond 4 maanden). Omdat ze rechtop zitten, duwt de zwaartekracht hun lichaam niet tegen hun eigen armen. Ze zullen dus sneller in staat zijn zich wat af te duwen. Hierdoor (en doordat ze op hoogte kunnen meekijken naar alles wat interessant is) zullen ze ook makkelijker hun hoofd wat kunnen heffen en kunnen draaien. Dit is allemaal veel makkelijker rechtop, mits ze een goede ondersteuning hebben van hun romp tot bovenin hun nek. Je kindje kan deze vaardigheden dus al oefenen voor hij het op de grond kan. Hij ontwikkelt hiermee zijn spieren, die hem dan weer helpen als hij op de grond ligt.

Dat moment waarop ouders mijn ongerust bellen dat hun kindje niet meer gedragen wil worden, is het moment waarop je kindje zich meer naar de buitenwereld gaat richting en zijn ontwikkeling er voor zorgt dat recht tegen je aan zitten minder leuk is . Hij wil actiever mee kunnen. Dat is het moment waarop we overgaan naar heup- en zelfs rugdragen. Je kindje kan zich dan verder ontwikkeling én beter meekijken.

Dragen houdt dus zéker de ontwikkeling niet tegen, integendeel!

Nu weet ik het helemaal niet meer! Conclusie?

De belangrijkste conclusie is niet hoeveel minuten per dag je kindje verplicht in de draagdoek moet, of hoeveel keer per dag je een kindje op de buik moet leggen, of dat een kind verplicht voor de veiligheid op de rug moet slapen.

De belangrijkste conclusie is: de eerste maanden is de natuurlijke plaats van een kindje op het lichaam van een verzorger maar onze maatschappij laat dat niet altijd toe en je hoeft je hier absoluut ook niet verplicht toe te voelen. Dus ga voor een evenwicht waar je jezelf goed bij voelt en ga vooral voor afwisseling die de natuurlijke ontwikkeling van je kind stimuleert.

Wél:

  • Afwisselen tussen dragen en vrij bewegen.
  • In ruglig speeltjes naast je kindje leggen (ohja je mag gerust ook eens een speelboog gebruiken hoor, geen zorgen).
  • Ruglig en buiklig afwisselen.
  • Vindt je kindje buiklig nog niet leuk: draai hem telkens eens om tijdens het verschonen (dit stimuleert ook de draaibeweging), ga voor hem liggen, leg hem op de tafel als jullie eten zodat hij mee kan kijken,…
  • Correct kruipen stimuleren.
  • Hulp vragen zodra je problemen merkt.

Niet:

  • Een ontwikkeling forceren: gedwongen zitten of stappen. Zie ook blog over bumbo-seats, bouncers en loopwagens: klik hier.
  • Stress krijgen over hoe je het juiste moet doen, er te hard over piekeren en afmeten wat je kindje moet doen. Volg je gevoel maar.

Meer informatie? Hulp nodig?

Merk je nu iets aan je kindje waar je je zorgen over maakt? Kruipt je kindje niet correct? Heb je graag meer informatie?

Dan kan je altijd een consult ergotherapie inplannen. Klik hier.

Meer informatie over hoe het dragen je kindje kan helpen? Ook wanneer het al met problemen geboren wordt. Dan kan je een draagconsult plannen. Klik hier.

Hieronder kan je nog even genieten van onze jongste zoon zijn ontwikkeling tot kruipen (en mijn dochter die al 3 jaar op haar buik slaapt).

Buiklig (en de link met dragen)
Spread the love
Getagd op:                                

Geef een antwoord

preloader