Even voorstellen.

Op het moment dat ik deze blog schrijf heb ik een dochter van bijna 4 jaar en een zoon van bijna anderhalf. Bij onze dochter zijn vermoedens van een ontwikkelingsvoorsprong en autisme. Vermoedens, want testen doen we op dit moment (nog) niet. Onze zoon is een échte peuter: uittesten, de wereld verkennen, grenzen aftasten en duidelijk laten blijken als hij het ergens niet mee eens is. Bij onze dochter uiten de emoties zich altijd heel explosief. Wanneer ze blij is, springt ze het hele huis rond. Als ze boos is, kan je je maar beter verstoppen. Als ze verdrietig is, gooit ze zich huilend en roepend op de vloer. Als ze iets spannend vindt, kan ze over haar hele lijf trillen.

De principes die ik toepas bij de emoties van mijn kinderen.

Alle gevoelens zijn oké.

Ik leer mijn kinderen niet dat alleen blij en gelukkig zijn goed is. Je kan niet je hele leven gelukkig en vrolijk zijn. De andere emoties horen er nu eenmaal ook bij. Je leert ze dan ook maar beter accepteren. We delen de gevoelens dus ook niet op in goed of slecht. Je mág boos zijn, je mág verdrietig zijn, net zoals je blij of opgelucht mag zijn.

We stellen grenzen in gedrag, niet in emoties.

Omdat al die emoties er mogen zijn, zullen we dus ook niet de emoties proberen de kop in te drukken. Wat we wél begrenzen is gedrag. Onze kleuter mag als ze euforisch is niet op de zetel springen. Ze mag als ze boos is ook niet slaan. We brengen die grenzen liefdevol en geduldig aan. We verwachten daarbij ook niet dat ze dit van de eerste keer kan. Geef toe, hoeveel volwassenen kunnen al hun emoties op een aanvaardbare manier uiten? Als volwassene houden we ons vaak in (want we hebben geleerd dat die emoties niet oké zijn) of we ontploffen omdat we ons te lang hebben ingehouden of nooit geleerd hebben hoe we ons wél moeten uitdrukken. Dat willen we onze kinderen dus anders leren. En leren is een proces, dat gaat dus niet van de eerste keer goed. Fouten maken mag. Dat heet dan mild zijn. Maar hé, dat lukt ons ook niet altijd hoor. Ook mama’s en papa’s hebben emoties en grenzen (en zijn heel moe!).

Gevoelens erkennen.

Uitspraken zoals ‘het is toch niet zo erg’ gebruiken we niet. Want voor hen is het op dat moment wél zo erg, anders zouden ze niet zo reageren. Vanuit een kleuterstandpunt is een andere jas moeten aandoen wél erg. We erkennen dus het gevoel: “je wou heel graag die jas aandoen hé”? We plakken achter die zin dan geen ‘maar’. Kijk maar hoe anders het klinkt: ‘je wou heel graag die jas aandoen hé? Maar je moet toch die andere aan.’

We laten na die eerste zin ruimte voor emotie en reactie. Daarna leg ik kort nog even uit waarom die bepaalde jas niet kan. ‘Dat is je goede jas en die wil ik niet gebruiken om in de tuin te gaan werken.’ Ik laat dus geen ruimte voor onderhandeling, en geef ook niet toe. Want mild opvoeden is niet hetzelfde als grenzeloos opvoeden. Kinderen hebben grenzen nodig, liefdevolle grenzen.

Geen straf, wel logisch gevolg.

Ik gebruik dus ook geen straf, wel een logisch gevolg. Het verschil toon ik je met het jas-voorbeeld. Als je kind die jas écht niet wil aandoen om in de tuin te gaan werken dan kan je zeggen: ‘als je die jas niet aandoet, mag je vanavond geen tv kijken’. De jas heeft echter niks met de tv te maken, en er zit veel te veel tijd tussen beide gebeurtenissen. Ik koppel aan de grenzen logische gevolgen. ‘Als jij die mooie jas wil aandoen, kan je niet mee in de tuin gaan werken want dan wordt die mooie jas vuil’.

Enkele andere voorbeelden:
Een peuter gooit zijn eten de hele tijd op de grond. ‘Als jij je eten op de grond gooit, dan ga ik er vanuit dat je genoeg hebt. Dan stoppen we met eten’.
Een kleuter stelt moeilijk gedrag bij een spelletje. ‘Zo heb ik geen zin meer om mee te spelen. Ik ga dan iets anders doen.’
Een kleuter wil in de winkel zelf stappen en blijft vanalles uit het rek nemen. Dan geef ik een keuze: Je mag stappen als je alleen neemt wat we nodig hebben. Als je toch alles uit het rek blijft nemen, kies je ervoor om in de kar te gaan.’ En daarna: ‘Je hebt er voor gekozen om in de kar te gaan’.

Op die manier ervaart je kind de natuurlijke consequentie van zijn gedrag. Dat helpt hem volgende keer een betere keuze te maken.

Eigen willetje

Peuters en kleuters zijn volop bezig met het ontwikkelen van hun eigen willetje. Ze willen zélf doen, zélf kiezen, zélf beslissen. Wij zijn opgevoed vanuit ‘mama en papa beslissen en het kind luistert’. Daar heb ik een paar bezwaren tegen. Ten eerste werkt dat tegenwoordig gewoon niet meer. Ook later niet. Er wordt van werknemers in deze en toekomstige tijden wél verwacht dat ze voor zichzelf kunnen denken in plaats van zomaar te luisteren. Dat moeten ze dus ook leren. Ten tweede vind ik mezelf als volwassenen niet ‘meer’ dan mijn kind. Ik geef grenzen aan waar nodig voor veiligheid, gezondheid, en wanneer het nodig is om andere redenen, maar niet gewoon ‘omdat ik het zeg’. Als derde voorkomt het ook gewoon heel veel drama. ‘Choose your battles’ is hier onze magische werkwijze. Als er geen reden is om de blauwe jas aan te doen en je kleuter wil de rode jas aan, waarom zou je haar dat dan niet laten doen? Omdat ze dan ‘haar zin’ krijgt? Wat is er mis met een kleuter zélf te laten kiezen welke jas ‘haar zin’ is? Zélfs als die niet bij haar kleren past 😉 (ja dat is hier ook loslaten hoor!)

Hier mogen ze dus veel zélf doen (als er tijd is, maar we weten intussen dat we daar rekening mee moeten houden), zélf beslissen, zélf kiezen. Zo ontdekken ze ook zélf waar ze tegenaan lopen. Een jas-voorbeeld van deze week. Mijn dochter wilde een jas aan die niet warm genoeg was. Ik vertelde haar dat het heel koud is ‘s morgens op de fiets en dat ze het koud zou hebben. Ze wilde tóch die jas aan (want ja, eigen willetje). Dat mocht ze van mij want het was binnen de grenzen. Ze zou het wat koud hebben op de fiets maar het werd warmer die dag. Ze had het (no surprise) dus koud op de fiets. Ik reageer dan niet met ‘zie je wel, je had moeten luisteren!’. Wat ik wel zeg: ‘hm, ja, koud vandaag hé! Wat zouden we morgen kunnen doen om het minder koud te hebben?’. Dan kwam plots het wonderbaarlijke idee van zichzelf om een warmere jas aan te doen! Maar het zou geen kleuter zijn als ze vanmorgen toch niet wéér die koude jas wou nemen… Ik herinnerde haar rustig aan wat er eerder in de week gebeurd was. Ze dacht even na en nam de warmere jas. Succesje toch! Als ik haar had gedwongen op de eerste dag om die warmere jas aan te doen, was het elke ochtend ruzie om de jas.

Omdat ze zoveel zélf mogen beslissen, nemen ze het ook steeds beter aan als ze dat eens niet mogen.

Verbindend spel

Midden in een emotionele bui, is een kind niet voor rede vatbaar. Als onze kleuter slaat en stampt als ze boos is, zorgen we er vooral voor dat ze niemand pijn kan doen en blijven we bij haar in de buurt. Als we dus willen aanleren hoe ze wel gevoelens kunnen uiten, doen we dat best achteraf. Bij sommige kinderen werkt het om op een rustig moment mogelijkheden te bespreken. Vraag het hen ook zelf: ‘wat zou jou kunnen helpen als je heel boos bent?’ Bij de ene is dat op een kussen slaan, bij de andere is dat roepen, bij nog iemand is dat misschien trampolinespringen of een krastekening maken.

Bij onze kleuter werkt dit niet zo goed. Ze heeft het moeilijk met haar eigen gestelde gedrag en een gesprek (hoewel ze zeer taalvaardig is) gaat ze uit de weg. In dat geval gebruik ik verbindend en verwerkend spel. De avond na een emotionele uitbarsting, of zelfs de dag erna, maak ik tijd om met haar alleen te spelen. We gebruiken dan poppen, playmobil of open end speelgoed om de situatie na te spelen. Niet bewust, want dat zou net als proberen te praten niet werken. Ik neem gewoon wat poppetjes en begin een gelijkaardige situatie te spelen. Zij komt dan meedoen en ik laat haar stilaan het spel overnemen. De emoties kunnen in dit spel verwerkt worden en wij krijgen als mama en dochter weer de verbinding die we in de emotie even kwijt waren. We spelen dan ook andere mogelijke opties na om met emoties om te gaan.

Hoe hou ik dat vol?

Ook wij zijn vaak moe, hebben een slechte dag en kennen onze grenzen. Soms is er ook geen tijd voor verwerkend spel.

Ikzelf kan bijvoorbeeld heel slecht tegen haasten en tijdsdruk. Dan word ik al snel een minder milde versie van mezelf. Maar dat mag ook. Ik wil onze kinderen niet leren wat wij perfect zijn. Welke druk zou dat wel niet op hen zetten om ook perfect te worden? Als hun emoties er mogen zijn, dan die van ons ook. Dan zeg ik nadien: ‘mama was vanmorgen boos he? Mama kan niet zo goed tegen haasten. Sorry dat ik zo snel boos werd!’ Ook daar leren kinderen van jouw voorbeeld. Wees dus niet te streng voor jezelf.

Wat me helpt om mild te blijven, is te focussen op mijn lange termijndoelen voor de kinderen. Ik heb goed nagedacht over wat ik wil voor hen op lange termijn. Waar wil ik dat mijn opvoeding hen brengt? En hoe kom ik daar? Als ik wil dat het kinderen worden die emotioneel sterk staan en hun emoties goed kunnen uiten, dan help ik hen niet door die emoties de kop in te drukken. Als ik wil dat ze zelfstandig worden, help ik hen niet door hen niets zelf te laten doen. Als ik wil dat ze zichzelf kunnen zijn, moeten ze dat ook mogen. Op moeilijke momenten denk ik dus even aan de doelen die ik voor hen heb.

En ohja, bij overprikkeling, een overgelopen emmertje, weinig tijd of handen vrij, of als alle emoties door elkaar vliegen, is de draagdoek hier nog steeds de redding! Het brengt rust, diepe druk, verbinding,… Het is fantastisch wat een draagdoek kan doen, ook bij grotere kinderen!

Leestips!

  • Mild ouderschap en het Mild ouderschap werkboek, Nina Mouton
  • Als je van spelen leren kan, Nele Flamang
  • How2talk2kids, Adel Faber & Elaine Mazlish
  • Temperamentvolle kinderen, Eva Bronsveld
  • Opvoeden tot zelfvertrouwen, Steven Gielis
  • Het kleurenmonster, Anna Llenas

Wil je jouw persoonlijke situatie aanpakken?

Dan kan je een mama-coaching starten. Hier kan je meer informatie vinden.

Emoties bij jonge kinderen. Een andere aanpak.
Spread the love
Getagd op:                            

Geef een antwoord

preloader